Rijhoogte van een 2CV, Dyane of Méhari controleren en afstellen
Voor u begint
Moeilijkheid
Eenvoudig · 1/3
Geschatte werktijd
30 min voor 1 persoon
Richttijd voor de beschreven handeling. Reken extra tijd voor voorbereiding, vastzittende delen en eindcontrole.
Relevante onderdelen en benodigdheden
Voor controle zijn geen nieuwe onderdelen nodig. Controleer banden, veerpotten en trekstanguiteinden vóór afstelling.
Gereedschap
Speciale trekstangsleutel, rolmaat, bandenspanningsmeter en garagekrik; gebruik passende assteunen wanneer de auto omhoog moet.
Een rijhoogtemeting is pas bruikbaar als bandenspanning, belading, ondergrond en meetpunten kloppen. Deze gids combineert de volledige meetprocedure met de afstelling via de trekstangen van de veerpotten. De overeenkomende afstelwaarden hieronder gelden voor de genoemde 2CV- en Méhari-uitvoeringen; voor de Dyane is er een nog te verifiëren verschil in de technische gegevens.
Moeilijkheid: 1/3 · Richttijd afstellen: 30 minuten · Personen: 1
Gereedschap: speciale trekstangsleutel, rolmaat of meetlat, bandenspanningsmeter en werkplaatskrik. Gebruik geschikte assteunen en wielkeggen wanneer u de auto heft.
1. Belading en bandenspanning voorbereiden
Meet aan een lege auto, zonder inzittenden of bagage. Alleen het reservewiel en een hoeveelheid brandstof overeenkomend met 5 liter benzine horen bij de beschreven meetconditie. Een duidelijk afwijkende belading beïnvloedt de uitkomst.
Controleer de koude bandenspanning en gebruik de waarden die bij de werkelijke band- en voertuiguitvoering horen. De volgende volledige tabel vermeldt historische bandtypen en bijbehorende radiaalbenamingen. Waarden voor zand of onverhard rijden zijn geen algemene weginstelling; volg bij afwijkende banden de voertuigspecificatie en de aanwijzingen voor de gemonteerde band.
| Voertuig / gebruik | Historisch bandtype | Radiaalbenaming | Voor: bar (psi) | Achter: bar (psi) | Reserve: bar (psi) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2CV A / AZ | 125×400 X | — | 1,30 (18,9) | 1,55 (22,5) | 1,70 (24,7) |
| 2CV AZ, alle typen | 125×380 X / 135×380 X | 125R15 / 135R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| 2CV AZAM 6 | 125×380 X | 125R15 | 1,30 (18,9) | 1,50 (21,8) | 1,70 (24,7) |
| 2CV4 / 2CV6 | 125×380 X | 125R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| 2CV AZU, alle typen | 125×380 X / 135×380 ZX | 125R15 / 135R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| 2CV AK350, alle typen | 135×380 ZX | 135R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| 2CV AKS400 | 135×380 ZX | 135R15 | 1,40 (20,3) | 2,00 (29,0) | 2,20 (31,9) |
| Dyane, alle typen | 125×380 X / 135×380 ZX | 125R15 / 135R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| Acadiane | 135×380 ZX | 135R15 | 1,40 (20,3) | 2,00 (29,0) | 2,20 (31,9) |
| Méhari, weg — ZX | 135×380 ZX | 135R15 | 1,40 (20,3) | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) |
| Méhari, weg — XM+S8 | 135×380 XM+S8 | 135R15 vernieuwd loopvlak | 1,80 (26,1) | 2,00 (29,0) | 2,20 (31,9) |
| Méhari, onverhard/stenen | 135×380 ZX | 135R15 | 1,60 (23,2) | 1,80 (26,1) | 2,20 (31,9) |
| Méhari, zand | 135×380 XM+S8 | 135R15 vernieuwd loopvlak | 1,20 (17,4) | 1,20 (17,4) | 1,40 (20,3) |
| Méhari 4×4, weg | 135×380 XM+S8 | 135R15 vernieuwd loopvlak | 1,70 (24,7) | 1,70 (24,7) | 1,90 (27,5) |
| Méhari 4×4, onverhard | 135×380 XM+S8 | 135R15 vernieuwd loopvlak | 1,90 (27,5) | 1,90 (27,5) | 2,10 (30,5) |
2. Auto laten uitveren
Zet de auto op een vlakke, horizontale vloer met de wielen rechtuit. Voor de meting staat de versnellingsbak in vrij en is de handrem los, zodat de ophanging zich kan zetten. Zorg dat de auto niet kan wegrollen en houd de omgeving vrij. Laat de vering enkele keren in- en uitveren door de auto gecontroleerd te bewegen aan een daarvoor geschikte stevige plaats; belast geen kwetsbare kunststofdelen. Laat de auto daarna tot rust komen.

3. Voorste meetpunt A bepalen
Meet verticaal vanaf de vloer tot punt A aan de onderzijde van het voorste platform. Dit denkbeeldige punt ligt halverwege de twee asbevestigingen, ter hoogte van het midden van borgplaat R. R is de platte metalen plaat die met de twee getoonde bevestigingen aan het platform zit. Meet naar het platformpunt, niet naar een uitstekende boutkop.

4. Achterste meetpunt B bepalen
Meet achteraan verticaal vanaf de vloer tot punt B op de onderzijde van het platform. Ook dit punt ligt halverwege de twee bevestigingen, bij het midden van borgplaat R. Herhaal de metingen aan alle vier de hoeken en noteer de uitkomsten afzonderlijk.


5. Hoogtes vergelijken
| Voertuig | Voor (mm) | Achter (mm) |
|---|---|---|
| 2CV6 | 197 | 290 |
| 2CV4 | 185 | 280 |
| Méhari | 225 | 335 |
De technische gegevens spreken elkaar tegen. Voor Dyane 6 worden zowel 197/290 mm als 288/383 mm genoemd; voor Dyane 4 zowel 185/280 mm als 288/383 mm (voor/achter). Gebruik deze conflicterende waarden niet als afstelopdracht. Laat eerst de juiste meetreferentie en waarde voor het bouwjaar en de uitvoering bevestigen aan de hand van de passende werkplaatsdocumentatie.
De hoogtewaarden hierboven bevatten geen afzonderlijke tolerantie. Trek daarom geen conclusie uit een klein verschil zonder de meetcondities te controleren. Grote verschillen kunnen wijzen op verkeerde, vastzittende, versleten of beschadigde onderdelen.
6. Een hoek veilig ontlasten
Beveilig de auto tegen wegrollen voordat u gaat heffen. Til het betreffende wiel met de krik via een geschikt hefpunt en ondersteun de auto veilig. Werk nooit onder een auto die alleen door een krik wordt gedragen. De meetconditie met losse handrem is geen instructie om een geheven auto onbeveiligd te laten staan.

7. Trekstang bijstellen
Draai met de speciale trekstangsleutel de trekstang van de veerpot in of uit. Indraaien verhoogt de rijhoogte; uitdraaien verlaagt de rijhoogte. Werk in kleine stappen en houd bij wat u verandert. Forceer een vastzittende trekstang niet en draai een verbinding niet zo ver uit dat onvoldoende schroefdraadaangrijping overblijft. Deze gids geeft geen minimale schroefdraadaangrijping of aantal omwentelingen: laat twijfel daarover eerst beoordelen.

8. Neerlaten, opnieuw laten zetten en meten
Verwijder de ondersteuning volgens de veilige hefprocedure en laat het wiel zakken. Wanneer alle vier de wielen weer op de vloer staan, herstelt u de meetcondities. Laat de ophanging opnieuw werken en tot rust komen. Meet op precies dezelfde plaatsen als vóór de afstelling.


Herhaal zo nodig ontlasten, bijstellen, neerlaten en meten tot de juiste hoogte is bereikt. Controleer steeds alle vier de hoeken: een aanpassing kan andere metingen beïnvloeden. Corrigeer geen blijvende grote afwijking eindeloos met de trekstang; onderzoek eerst de oorzaak.
Eindcontrole
- Bandenspanning, belading en meetondergrond zijn correct.
- De vier waarden zijn na het zetten van de ophanging opnieuw gemeten en genoteerd.
- De trekstangen en hun bevestigingen zijn onbeschadigd en correct gemonteerd.
- Er liggen geen gereedschappen of steunmiddelen meer onder de auto.
- De normale parkeerbeveiliging is hersteld na de meting.
- Laat onverklaarde hoogteverschillen, speling, scheuren of vastzittende delen beoordelen voordat u verder rijdt.

